Terug

Kerndoelen mens en natuur

Natuurwetenschappen en technologie

Kerndoel 29 De leerling verkent de wereld vanuit natuurwetenschappelijk en technologisch perspectief.
29A De leerling verkent de leefomgeving en onderzoekt vraagstukken uit de leefomgeving.
Het gaat hierbij om:

  • ervaringen in de leefomgeving opdoen met het waarnemen en waarderen van natuur en technologie;
  • onderzoeken van vraagstukken over natuurwetenschappelijke verschijnselen, technische systemen, gezondheid, natuurbeheer, veiligheid, duurzaamheid en ruimtelijke inrichting;
  • onderscheiden van verschillende perspectieven op en mogelijke oplossingen van een vraagstuk;
  • verwoorden wat het vraagstuk en mogelijke oplossingen met je doen;
  • oriënteren op beroepsbeelden en rolmodellen vanuit eigen interesses, ambities en capaciteiten.

29B De leerling gebruikt natuurwetenschappelijke en technologische denkwijzen bij het ontdekken en verklaren van de wereld.
Het gaat hierbij om:

  • redeneren met patronen en oorzaak-gevolgrelaties;
  • redeneren met structuur, vorm, eigenschap en functie;
  • redeneren met schaal, verhoudingen en hoeveelheden;
  • redeneren met systemen en modellen;
  • redeneren met kringlopen.

29C De leerling gebruikt natuurwetenschappelijke en technologische werkwijzen bij het ontdekken en begrijpen van de wereld.
Het gaat hierbij om:

  • oriënteren op verschillende manieren om tot oplossingen en antwoorden te komen;
  • toepassen van onderzoeks- en ontwerpstappen op een systematische en iteratieve wijze;
  • gebruiken van instrumenten, gereedschappen en materialen op doelmatige, veilige en duurzame wijze;
  • interpreteren van kwalitatieve en kwantitatieve metingen en waarnemingen;
  • onderbouwen van conclusies met gebruik van vaktaal.

29D De leerling verkent de aard van natuurwetenschappen en technologie.
Het gaat hierbij om:

  • ervaring opdoen met werkzaamheden van wetenschappers en technologen en hun motieven;
  • verkennen hoe wetenschappers en technologen eerlijk, verantwoordelijk en zorgvuldig werken;
  • afwegen of alles mag wat kan: maakbaarheid en ethische grenzen;
  • verwoorden van het verschil tussen een mening en een feit volgens de natuurwetenschappen;
  • verkennen waarom wetenschappers en technologen niet alles weten.

 

Natuurkundige en scheikundige verschijnselen en technische systemen

Kerndoel 30 De leerling toont inzicht in en experimenteert met natuurverschijnselen en technische systemen.
30A De leerling toont inzicht in en experimenteert met voorwerpen en technische systemen uit de leefomgeving.
Het gaat hierbij om:

  • communicatie-, meet-, regel-, productie- en transportsystemen;
  • verkennen hoe een voorwerp werkt, geconstrueerd is en welke materialen zijn gebruikt;
  • beschrijven hoe onderdelen bijdragen aan het functioneren van het voorwerp of systeem;
  • experimenteren met overbrengingsprincipes van beweging en energie, verbindingsprincipes, constructies en profielen;
  • experimenteren met ontwerpen, maken en repareren.

30B De leerling toont inzicht in en experimenteert met stoffen en veranderingen die stoffen kunnen ondergaan.
Het gaat hierbij om:

  • benoemen van waarneembare eigenschappen van een stof bij een bepaalde temperatuur;
  • benoemen van veel voorkomende stoffen en hun onderscheidende eigenschappen en gevaren;
  • ordenen van stoffen gebaseerd op verschillen in eigenschappen;
  • experimenteren met natuurkundige veranderingen van stoffen;
  • experimenteren met scheikundige veranderingen van stoffen, waarneembaar door een verandering in stofeigenschappen.

30C De leerling toont inzicht in en experimenteert met licht, geluid, energie en krachten.
Het gaat hierbij om:

  • begrip tonen van kenmerken van licht en geluid: bron, richting, voortplanting en sterkte;
  • beschrijven van verschillende soorten energiebronnen en manieren van opslaan en transporteren van energie;
  • verbanden leggen tussen krachten en verandering in beweging;
  • benoemen van gevaren rond statische elektriciteit en elektrische stroom, geluid, onweer en zonlicht;
  • experimenteren met de kracht van magnetisme, lucht en vloeistof.

 

Organismen en gezondheid

Kerndoel 31 De leerling toont inzicht in organismen en hun gezondheid.
31A De leerling toont inzicht in organismen.
Het gaat hierbij om:

  • beschrijven van de levenscyclus van bacteriën, schimmels, planten en dieren;
  • verbanden leggen tussen de bouw van planten en mensen en hun vorm en functie;
  • beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen lichamen; verloop van de menselijke voortplanting; de menstruatiecyclus en de lichamelijke en mentale veranderingen bij de mens: bij het opgroeien, in de puberteit en de invloed van hormonen hierop;
  • beschrijven van de verzorging van planten en dieren;
  • verkennen van rollen van organismen bij voedselproductie.

31B De leerling toont inzicht in leefstijl, gezondheid en ziekte en verkent keuzes hierin.
Het gaat hierbij om:

  • oriënteren op de invloed van hygiëne, voeding, slaap, natuur, relaties, seksualiteit en beweging op lichamelijke en mentale gezondheid;
  • beschrijven hoe bacteriën, schimmels en virussen het functioneren van mensen positief en negatief kunnen beïnvloeden;
  • verklaren hoe ziektes ontstaan en hoe ze voorkómen en behandeld kunnen worden;
  • beschrijven hoe onbedoelde zwangerschappen voorkomen kunnen worden;
  • benoemen van verschillende gezondheids- en welzijnsorganisaties voor hulp, mentale steun en preventie voor jezelf en anderen.

 

Systeem aarde

Kerndoel 32 De leerling toont inzicht in en verkent systeem aarde.
32A De leerling toont inzicht in en verkent veranderingen aan het aardoppervlak door natuurverschijnselen en menselijk handelen.
Het gaat hierbij om:

  • evalueren hoe planeten in ons zonnestelsel voldoen aan voorwaarden voor leven;
  • verklaren hoe de beweging en positie van hemellichamen leiden tot dag-nacht, seizoenen, jaren en getijden;
  • beschrijven van kenmerken van landschappen in Nederland, Europa en de wereld: reliëf, vulkanen, rivieren, kusten en vegetatie;
  • beredeneren hoe processen in de aarde leiden tot verschuivende continenten, gebergtevorming en vulkanisme;
  • verklaren van de ontstaanswijze van berg-, kust- en rivierlandschappen door natuurlijke processen en menselijk handelen.

32B De leerling toont inzicht in de waterkringloop, weer en klimaat en verkent deze in de eigen leefomgeving.
Het gaat hierbij om:

  • beschrijven van de kenmerken en spreiding van klimaten op aarde;
  • beschrijven hoe de waterkringloop in elkaar zit;
  • analyseren van het weer aan de hand van temperatuur, luchtdruk, bewolking, neerslag, luchtvochtigheid en wind;
  • beschrijven van frequentie en duur van extreem weer in gebieden: orkanen, windhozen, langdurige droogte, hittegolf en zware neerslag;
  • verbanden leggen tussen klimaatverandering en natuurlijke processen en menselijk handelen.

32C De leerling verkent verschillende ecosystemen en verklaart interacties binnen het systeem.
Het gaat hierbij om:

  • verkennen op welke plek in een biotoop planten, dieren en schimmels zich bevinden;
  • benoemen van soortnamen van planten en dieren in verschillende soorten ecosystemen en deze planten en dieren indelen in een taxonomie;
  • weergeven van voedselrelaties in een ecosysteem;
  • beredeneren hoe biotische en abiotische onderdelen van een ecosysteem met elkaar samenhangen;
  • beschrijven hoe de mens afhankelijk is van ecosystemen en wat de invloed van de mens is op de biodiversiteit.

Nieuws en aankomende events van Cpunt in je mail?

Ontvang nieuwsbrief

Volg Cpunt op social media

Tekst