Kerndoelen Bewegen en sport
Leren bewegen
Kerndoel 38 De leerling ontwikkelt zich in het bewegen.
38A De leerling neemt deel aan beweegactiviteiten in uiteenlopende beweegthema’s.
Het gaat hierbij om:
- balanceren, bewegen op muziek, doelspelen, draaien, hardlopen, intensief bewegen, jongleren, klimmen, springen, stoeien en treffen, terugslagspelen, tikspelen, wegspelen en mikken, zwaaien.
38B De leerling verbetert de beweegvaardigheid.
Het gaat hierbij om:
- aangaan van beweeguitdagingen;
- zoeken naar oplossingen wanneer het bewegen niet regelmatig lukt;
- controle houden wanneer het bewegen regelmatig lukt;
- experimenteren met complexere beweegactiviteiten;
- inzicht tonen in de bedoeling en uitvoering van beweegactiviteiten.
38C De leerling stemt beweegactiviteiten af op de eigen mogelijkheden.
Het gaat hierbij om:
- inschatten van de eigen mogelijkheden in relatie tot de complexiteit van de beweegactiviteit;
- kiezen voor gepaste complexiteit van de opdracht binnen de beweegactiviteit;
- meebeslissen over de inrichting van de beweegactiviteit;
- aanpassen van de beweegactiviteit met betrekking tot ruimte, materiaal, regels en leerhulp.
Samen bewegen
Kerndoel 39 De leerling beweegt samen met anderen.
39A De leerling neemt verantwoordelijkheid voor het samen deelnemen aan beweegactiviteiten.
Het gaat hierbij om:
- bijdragen aan een sociaal en fysiek veilige leeromgeving;
- constructief bijdragen aan sociale interacties in een groep of team;
- omgaan met mogelijkheden, gedrag, opvattingen en beleving van de ander;
- afstemmen van het eigen handelen op de beweegcontext;
- accepteren van regels en uitkomsten.
39B De leerling regelt beweegactiviteiten.
Het gaat hierbij om:
- arrangeren van de beweegomgeving: op- en afbouwen, herstellen en aanpassen;
- assisteren bij beweegactiviteiten: verzorgen, beveiligen en coachen;
- afspreken van regels: uitleggen, controleren en afstemmen.
Betrokken bewegen
Kerndoel 40 De leerling geeft betekenis aan bewegen.
40A De leerling oriënteert zich op beweegcontexten.
Het gaat hierbij om:
- herkennen van verschillende beweegactiviteiten;
- verkennen van diverse beweegomgevingen en organisatievormen;
- onderscheiden van verschillende doelgroepen aan beweegactiviteiten;
- herkennen van verschillende motieven en doelen om deel te nemen aan bewegen en sporten;
- verkennen van de relatie tussen bewegen en welbevinden.
40B De leerling onderzoekt welke vormen van bewegen passen bij eigen voorkeuren.
Het gaat hierbij om:
- verwoorden welke ervaringen en welke beleving bewegen oproept;
- vergelijken van eigen interesses, kwaliteiten en motieven met die van de anderen;
- uitleggen hoe ervaringen worden beïnvloed door de beweegcontext;
- reflecteren op de eigen ontwikkeling in het bewegen;
- kiezen van beweegactiviteiten in verschillende contexten.







