Kerndoelen kunst en cultuur
Artistiek creatief vermogen
Kerndoel 35 De leerling ontwikkelt artistiek creatief vermogen.
35A De leerling gebruikt creatieve maak- en denkstrategieën in een iteratief kunstzinnig proces.
Het gaat hierbij om:
- omgaan met speelruimte: experimenteren, improviseren en spelen met materialen, technieken, beweging, klank en instrumenten;
- verkennen van eigen en gezamenlijke ideeën bij het maakproces;
- gebruiken van ideeën van andere makers als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen;
- gebruiken van uitingen van kunst en cultuur als inspiratie voor eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen;
- bijstellen van eigen en gezamenlijke kunstzinnige uitingen.
35B De leerling onderzoekt het eigen artistiek creatief vermogen.
Het gaat hierbij om:
- oriënteren op diverse technieken, materialen, middelen, vormen en processen;
- bespreken van getoonde eigen of gezamenlijke kunstzinnige uitingen;
- kijken en luisteren naar uitingen van kunst en cultuur;
- verwoorden van eigen artistieke voorkeuren en vermogens tijdens het maakproces.
35C De leerling onderzoekt betekenissen van kunst en cultuur tijdens het maken en meemaken.
Het gaat hierbij om:
- bespreken van betekenissen van eigen kunstzinnig werk en dat van medeleerlingen;
- beschouwen en beschrijven van uitingen van kunst en cultuur van uiteenlopende makers;
- gebruiken van vaktaal;
- vragen stellen over de betekenissen van uitingen van kunst en cultuur;
- verwoorden van een mening over uitingen van kunst en cultuur.
Maken en betekenis geven
Kerndoel 36 De leerling maakt kunstzinnige uitingen.
36A De leerling drukt zich individueel en samen met anderen uit in vormen van kunst.
Het gaat hierbij om:
- gebruiken van verbeeldende elementen uit beeldende kunst en muziek, alsmede van dans, of film, of theater bij het maken van eigen werk;
- verbeelden van verhalen, ideeën, gedachten, ervaringen en gevoelens;
- maken van kunstzinnige uitingen als reactie op maatschappelijke vraagstukken en gebeurtenissen;
- ontwerpen en realiseren van toegepaste vormen van kunst;
- herinterpreteren van bestaand werk.
36B De leerling gebruikt technieken en vaardigheden bij het maken van individueel en gezamenlijk werk.
Het gaat hierbij om:
- beeldende materialen, technieken en gereedschappen;
- muzikale technieken en instrumenten;
- fotografische en filmische technieken of;
- dansante technieken of;
- spel- en acteertechnieken.
Meemaken en betekenis geven
Kerndoel 37 De leerling maakt kunst en cultuur mee.
37A De leerling neemt deel aan diverse culturele en kunstzinnige activiteiten en reflecteert op eigen ervaringen en die van anderen.
Het gaat hierbij om:
- omgaan met de gebruiken en gewoonten bij het actief meemaken van kunst en cultuur in uiteenlopende contexten;
- uitwisselen van ervaringen in interactie met professionele makers;
- omgaan met uiteenlopende opvattingen en belevingen van anderen;
- vergelijken van eigen interesses en voorkeuren voor kunstzinnige uitingsvormen met die van anderen;
- maken van een kunstzinnige uiting als verwerking van een culturele en kunstzinnige ervaring.
37B De leerling verkent het ontstaan van kunstzinnige en cultuurhistorische uitingen.
Het gaat hierbij om:
- verkennen van kunstzinnige uitingen, kunststromingen en erfgoed in cultuur;
- verkennen van de invloed van tijd en plaats op het werk van makers;
- verkennen van de functie en waarde van uitingen van kunst en cultuur voor zichzelf en de samenleving.







