Terug

Kerndoelen Nederlands

 

Domein - Overkoepelend

Kerndoel 1 De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen    
A Taal- en leesomgeving

Het gaat hierbij om:

  • aanbieden van taalactiviteiten in betekenisvolle contexten;
  • aanbieden van een veelzijdig en actueel aanbod van jeugdliteratuur binnen een vaste leesroutine;
  • aanbieden van kennis en vaardigheden uit het leergebied Nederlands in onderlinge samenhang;
  • stimuleren van de leesmotivatie en de durf om te spreken en te schrijven;
  • ruimte bieden aan verschillende talen en taalvariëteiten van leerlingen.

B De school stimuleert de taalontwikkeling van de leerling in alle leergebieden.

Het gaat hierbij om:

  • stimuleren van betekenisvolle activiteiten waarin school- en vaktaal en vakspecifieke taalvaardigheden verworven kunnen worden;
  • stimuleren van het gebruiken van rijke teksten over inhoudelijke thema’s in alle leergebieden;
  • stimuleren van taalproductie en interactie in alle leergebieden;
  • stimuleren van aandacht voor taalverzorging en taalgebruik in alle leergebieden;
  • aanbieden van een schoolbrede set van aanpakken en flexibel inzetbare strategieën bij het ondersteunen van taalactiviteiten in de andere leergebieden.

 

Domein - Communicatie

Kerndoel 2 De leerling begrijpt teksten.    
A De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten.

Het gaat hierbij om:

  • aandachtig luisteren, kijken of aandachtig vloeiend lezen;
  • inzetten en uitbreiden van woordenschat, kennis over taal en kennis van de wereld;
  • inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, literaire genres, verteltechnieken;
  • beschrijven van perspectieven, communicatieve doelen, publiek, context;
  • in eigen woorden weergeven van de hoofd- en bijzaken, de hoofdgedachte en betekenis van een tekst, passend bij het lees- of luisterdoel;
  • flexibel toepassen van verschillende aanpakken en begripsverhogende strategieën.

B De leerling evalueert en reflecteert op zakelijke en literaire teksten.

Het gaat hierbij om:

  • benoemen van inhoudelijke relaties binnen en tussen verschillende teksten;
  • benoemen van verschillen en overeenkomsten in feiten, meningen en perspectieven;
  • benoemen van tegenstrijdige en overeenkomstige inhoud binnen en tussen teksten;
  • evalueren van bruikbaarheid van teksten;
  • reflecteren op de waarde, inhoud en vorm van teksten.

C De leerling verkent de betrouwbaarheid van verschillende bronnen.

Het gaat hierbij om:

  • oriënteren op kenmerken van aangereikte bronnen: maker, tekstsoort en verschijningsdatum;
  • benoemen van inhouds- en vormelementen die misleidend zijn of vragen oproepen;
  • vergelijkend beoordelen van bronnen op basis van hun betrouwbaarheid.

 

Kerndoel 3 De leerling produceert teksten.    
A De leerling spreekt en schrijft afgestemd op doel, publiek en context.

Het gaat hierbij om:

  • hanteren van een passende aanpak;
  • in eigen woorden verwerken van informatie uit verschillende bronnen tot een gestructureerde tekst met bronvermelding;
  • inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, verteltechnieken;
  • schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift, en verstaanbaar spreken;
  • reviseren van de tekst met het oog op doelgerichte communicatie: taalgebruik en taalverzorging.

B De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.

Het gaat hierbij om:

  • verkennen van creatief taalgebruik van anderen in literaire en zakelijke teksten;
  • verwoorden van eigen ideeën, gedachten, ervaringen, gevoelens en fantasieën;
  • experimenteren met klanken, woorden, zinnen, literaire genres, taalregels, taalconventies en visuele vormen;
  • waarderen van creatief taalgebruik.

C De leerling schrijft om tot kennisopbouw of begrip te komen.

Het gaat hierbij om:

  • weergeven van hoofd- en bijzaken, indrukken en vragen bij gelezen, bekeken of beluisterde inhoud;
  • samenvatten van gelezen inhoud;
  • verwoorden, onderbouwen en ordenen van gedachten, verworven inzichten en kennis in een tekst of schema;
  • inzetten en uitbreiden van school- en vaktaal;
  • schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift.

 

Kerndoel 4 De leerling voert gesprekken.    
A De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.    
Het gaat hierbij om:

  • inzetten en uitbreiden van vaardigheden om gesprekken constructief te laten verlopen: luisteren, herkennen van signalen en passend reageren op de gesprekspartner(s);
  • actief deelnemen aan gesprekken;
  • afstemmen van taalgebruik, stemgebruik en non-verbale communicatie op communicatief doel en context;
  • verwerven en inzetten van informatie afgestemd op kennis, achtergrond, standpunt en perspectief van de gesprekspartner(s);
  • toepassen van gespreks- en taalconventies, passend bij de gespreksvorm.

B De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen.    
Het gaat hierbij om:

  • verwoorden van kennis, ideeën en standpunten met onderbouwing;
  • vragen om toelichting, verklaring of bevestiging;
  • luisteren naar, doorvragen op en ter discussie stellen van de ideeën en perspectieven van gesprekspartners;
  • accepteren of verwerpen van andermans ideeën met argumenten;
  • samenvatten van inzichten, verwoorden van oplossingen of trekken van conclusies.

 

Kerndoel 5 De leerling ontwikkelt zich als bewuste taalgebruiker.    
A De leerling reflecteert op het proces en evalueert het product van een taalactiviteit.    
Het gaat hierbij om:

  • ontvangen en geven van feedback;
  • verwoorden van het proces: de gemaakte keuzes in aanpak en strategieën tijdens en na de uitvoering van een taalactiviteit;
  • beoordelen van het product van de taalactiviteit aan de hand van aangereikte criteria;
  • formuleren van leerdoelen voor proces en product bij toekomstige taalactiviteiten.

 

Domein - Taal

Kerndoel 6 De leerling toont inzicht in taal als systeem.    
A De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal.    
Het gaat hierbij om:

  • verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal;
  • inzicht tonen in de opbouw van basale woorden om de betekenis af te leiden;
  • verkennen hoe woordvolgorde en zinsdelen de betekenis van een zin bepalen;
  • verkennen hoe woordgebruik, stijlmiddelen en opbouw van teksten de betekenis beïnvloeden;
  • functioneel gebruiken van taalkundige begrippen en taalbeschouwingsstrategieën bij het denken en praten over spelling en grammatica.

B De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie.    
Het gaat hierbij om:

  • correct formuleren op woord-, zins- en tekstniveau;
  • verbinden van vorm en betekenis om de correcte spelling te achterhalen;
  • ontwikkelen van spellingbewustzijn en spellinggeweten;
  • reflecteren op gemaakte keuzes in woorden en zinnen;
  • inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen en teksten te redigeren.

 

Kerndoel 7 De leerling verkent het gebruik van taal.

A De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.    
Het gaat hierbij om:

  • verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wilt overkomen en tot welke groepen je wilt behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal;
  • verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot publiek, doel en context;
  • reflecteren op hoe je overkomt op anderen op basis van keuzes in het eigen talige repertoire;
  • waarderen van het eigen talige repertoire.

B De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied.

  • verkennen van verschillende taalvariëteiten van het Nederlands: school- en vaktaal, groeps- en streektalen;
  • vergelijken van de contexten waarin verschillende talen en taalvariëteiten worden gebruikt;
  • benoemen van overeenkomsten en verschillen tussen het Nederlands en andere talen en taalvariëteiten op klank-, woord- en zinsniveau;
  • verkennen van overtuigingen over verschillende talen en taalvariëteiten;
  • verkennen van veranderingen in taalgebruik onder invloed van tijd, media en maatschappelijke ontwikkelingen.

 

Domein - Literatuur

Kerndoel 8 De leerling doet ervaring op met literatuur.    
A De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur.

  • lezen en beluisteren van boeken en teksten, van verschillende schrijvers en literaire genres;
  • geven van een waardeoordeel over gelezen of beluisterde boeken en teksten op basis van literaire genres, eigen interesse en belevingswereld;
  • aangaan van nieuwe leesuitdagingen op basis van eerdere lees-, luister- en kijkervaringen;
  • verwoorden van persoonlijke voorkeur op basis van reflectie op ervaringen met literatuur.

B De leerling verkent de waarde van literatuur.

  • verwoorden van persoonlijke leeservaring en -beleving na het lezen van literatuur;
  • verwoorden van opgedane inzichten en kennis over zichzelf op basis van literatuur;
  • verwoorden van opgedane inzichten en kennis over anderen op basis van literatuur;
  • verwoorden van opgedane inzichten en kennis over de wereld en culturen op basis van literatuur.

 

Kerndoel 9 De leerling toont inzicht in literatuur.    
A De leerling toont inzicht in verhalende teksten.

  • beschrijven welk probleem of welke wens van een hoofdpersoon de motor van het verhaal is en hoe het verhaal zich ontwikkelt;
  • beschrijven van verschillende hoofd- en bijfiguren, helpers en tegenspelers en hun karaktereigenschappen;
  • benoemen van verteltechnieken die een schrijver gebruikt om spanning op te bouwen;
  • beschrijven waar, wanneer en onder welke omstandigheden een verhaal zich afspeelt.

B De leerling toont inzicht in genrekenmerken van literatuur.

  • onderscheiden van poëzie-, proza- en dramateksten op basis van eenvoudige genrekenmerken;
  • benoemen van kenmerkend taalgebruik in literaire genres: figuurlijk taalgebruik, rijm en ritme;
  • benoemen van kenmerkende visuele elementen in literaire genres: illustraties, vormgeving.

Nieuws en aankomende events van Cpunt in je mail?

Ontvang nieuwsbrief

Volg Cpunt op social media

Tekst