Wat is schilderen met olieverf?
Van een zachte blos op een wang tot een landschap vol stevige penseelstreken: met olieverf kun je alle kanten op. De verf bestaat uit pigment, dat de kleur geeft, gemengd met olie, zoals lijnolie. Olieverf droogt langzaam. Daardoor heb je tijd om kleuren op het doek te mengen, overgangen te verzachten en vormen te veranderen. Het schilderij groeit onder je handen.
Een techniek met een lange geschiedenis
In Europa schilderden kunstenaars al in de middeleeuwen met olieverf. In de vijftiende eeuw verkende Jan van Eyck de mogelijkheden ervan tot in de kleinste details. Met fijne penseelstreken en zorgvuldig opgebouwde verflagen schilderde hij glanzende stoffen, huid en weerspiegelingen. Olieverf bood kunstenaars nieuwe manieren om de wereld overtuigend in beeld te brengen.
Rembrandt: verf die bijna tastbaar wordt
Rembrandt bracht de verf zo dik aan dat die boven het doek uitkomt en het licht vangt. De stof lijkt daardoor bijna tastbaar. Hij kraste ook met de achterkant van zijn penseel in de verf. Zo schilderde hij niet alleen met kleur, maar ook met de structuur van het materiaal.
Een kleine tube met grote gevolgen
In de negentiende eeuw kwam olieverf in afsluitbare metalen tubes. Kunstenaars konden hun kleuren daardoor gemakkelijker meenemen en bewaren. Impressionisten zoals Claude Monet trokken eropuit om het veranderende licht direct vast te leggen.
Pierre-Auguste Renoir: “Zonder verf in tubes zou er geen Cézanne zijn geweest, geen Monet, geen Pissarro, en geen impressionisme.”
Afb. Rebecca Luncan, Spruitjes 2019, olieverf op koper.








