Beeldhouwen in natuursteen: een eeuwenoud ambacht
Een stuk steen veranderen in een beeld: mensen doen het al duizenden jaren. In het oude Egypte stond steen symbool voor duurzaamheid en eeuwigheid. Beelden en reliëfs moesten generaties overleven. Sommige daarvan kunnen we duizenden jaren later nog steeds bewonderen.
Tijdens de renaissance kreeg het menselijk lichaam een hoofdrol in de beeldhouwkunst. Michelangelo maakte tussen 1501 en 1504 zijn beroemde David uit één blok marmer. Bijzonder is dat andere beeldhouwers al aan dat blok waren begonnen en hun werk hadden opgegeven. Michelangelo zag er mogelijkheden in en werkte de steen uit tot een figuur met gespannen spieren, zichtbare aderen en een geconcentreerde blik.
In de twintigste eeuw verkenden kunstenaars ook abstracte vormen. De Britse beeldhouwer Barbara Hepworth onderzocht hoe steen, licht en ruimte samen een beeld vormen. Ze maakte openingen in haar sculpturen, zoals in het marmeren Pierced Hemisphere I uit 1937. Je kijkt langs de rondingen én door het beeld heen. Vanuit iedere hoek ontdek je iets anders.
Bij beeldhouwen in natuursteen werk je nog altijd met de eigenschappen van het materiaal. Met hamer en beitel haal je steen weg en geef je vorm aan je idee. De kleur, aders en structuur maken iedere steen anders. Dat vraagt om aandachtig kijken, voelen en steeds opnieuw bepalen waar je de volgende slag zet.
Afbeelding: Barbara Hepworth, Pierced Hemisphere I uit 1937







