Kerndoelen Rekenen en Wiskunde
Domein - Wiskundige concepten
Kerndoel 10 De leerling redeneert en rekent met getallen en verhoudingen.
10A De leerling redeneert en rekent met gehele en decimale getallen.
Het gaat hierbij om:
- bewerkingen: vergelijken, ordenen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen;
- memoriseren van getalrelaties, splitsingen van getallen tot 20 en de tafels van vermenigvuldiging, en deze kennis vlot en wendbaar toepassen;
- beredeneerd kiezen van een rekenvorm en rekenwijze en reflecteren op de keuze en uitvoering hiervan;
- rekenvormen: hoofdrekenen, schattend rekenen, schriftelijk rekenen en rekenen met de rekenmachine;
- rekenwijzen: rekenen met eigenschappen van getallen en bewerkingen, en met standaardprocedures.
10B De leerling redeneert en rekent met breuken als getal, verhouding en deling.
Het gaat hierbij om:
- stambreuken (1/3), echte breuken (2/5), gemengde getallen (1 1/2) en onechte breuken (12/4);
- relaties leggen tussen breuken, decimale getallen, verhoudingen en procenten;
- relaties leggen tussen breuken en delingen;
- beredeneerd ordenen, vereenvoudigen en vergelijken van breuken;
- rekenen met breuken in concrete situaties, ondersteund met een model of met behulp van getalrelaties.
10C De leerling redeneert en rekent met verhoudingen.
Het gaat hierbij om:
- kwalitatieve en kwantitatieve verhoudingen, procenten, schaal en samengestelde grootheden;
- relaties leggen tussen verhoudingen, procenten en breuken;
- herkennen van verhoudingen in concrete situaties;
- beredeneerd vergelijken van verhoudingen;
- oplossen van verhoudingsproblemen.
Kerndoel 11 De leerling toont inzicht bij het handelen met grootheden en eenheden.
11A De leerling meet, redeneert en rekent met grootheden en bijpassende eenheden.
Het gaat hierbij om:
- lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht (massa), snelheid, tijd, geld, temperatuur en geheugenomvang;
- meten met passende meetinstrumenten;
- bepalen van omtrek, oppervlakte en inhoud van rechthoekige figuren;
- schatten en controleren met referentiematen en meetreferenties;
- relaties leggen tussen grootheden en eenheden, tussen grootheden onderling en tussen eenheden onderling.
Kerndoel 12 De leerling interpreteert data.
12A De leerling interpreteert en representeert data.
Het gaat hierbij om:
- invullen van tabellen bij data;
- berekenen en interpreteren van een gemiddelde;
- maken van grafische representaties van data en daaruit conclusies trekken;
- interpreteren van grafische representaties en beredeneren of daarbij gepresenteerde conclusies wel, niet of deels kloppen;
- grafische representaties: diagrammen, grafieken en infographics.
Kerndoel 13 De leerling toont inzicht in patronen en verbanden.
13A De leerling redeneert over patronen en verbanden.
Het gaat hierbij om:
- herkennen, beschrijven en voortzetten van patronen in rijen getallen en figuren;
- herkennen en beschrijven van patronen en verbanden in datasets;
- weergeven van patronen en verbanden in een beschrijving, tabel en grafiek, en deze weergaven in elkaar omzetten.
Kerndoel 14 De leerling toont inzicht bij meetkundig handelen.
14A De leerling redeneert over meetkundige figuren en plaatsbepalingen en voert meetkundige transformaties uit.
Het gaat hierbij om:
- redeneren met en over eigenschappen van meetkundige figuren en begrippen;
- redeneren met kijklijnen;
- construeren en interpreteren van plattegronden, routebeschrijvingen en wegwijzers;
- construeren en interpreteren van tweedimensionale representaties van driedimensionale figuren en relaties leggen tussen twee- en driedimensionale representaties van figuren;
- meetkundige transformaties: draaien, spiegelen, vergroten en verkleinen van figure
Domein - Wiskundige denk-werkwijzen
Kerndoel 15 De leerling gebruikt wiskundige denk-werkwijzen.
15A De leerling lost wiskundige problemen en toepassingsproblemen op.
Het gaat hierbij om:
- bedenken en uitvoeren van een aanpak voor een niet-routinematig oplosbaar probleem;
- gebruiken van heuristieken;
- bewerken van de uitkomsten van berekeningen tot een oplossing van een probleem;
- reflecteren op aanpak, uitvoering en oplossing.
15B De leerling maakt en gebruikt wiskundige modellen.
Het gaat hierbij om:
- schematisch weergeven van een situatie;
- weergeven van een situatie in wiskundetaal;
- selecteren van relevante kenmerken en weglaten van niet relevante kenmerken;
- gebruiken van abstracte modellen om rekenaanpakken te laten zien, situaties te interpreteren en problemen op te lossen.
15C De leerling bedenkt en beschrijft algoritmes.
Het gaat hierbij om:
- algoritmes met een beperkt aantal stappen;
- beschrijven hoe een algoritme tot een vast resultaat leidt;
- beoordelen van het resultaat van een doorlopen algoritme;
- bedenken van een algoritme.
Kerndoel 16 De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.
16A De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundige representaties.
Het gaat hierbij om:
- gebruiken van wiskundige symbolen, notaties en begrippen;
- leesbaar weergeven van berekeningen en probleemaanpakken;
- kiezen en bedenken van representaties om berekeningen en wiskundige redeneringen weer te geven en uit te wisselen;
- kritisch beoordelen van een representatie;
- relaties leggen tussen verschillende representaties van een wiskundig concept.
16B De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.
Het gaat hierbij om:
- beredeneerd kiezen voor gebruik van een instrument op basis van de mogelijkheden, beperkingen en meetnauwkeurigheid;
- vooraf schatten van meetresultaten en uitkomsten;
- gebruiken van een instrument en de bijbehorende wiskundetaal;
- bepalen, interpreteren en beoordelen van het resultaat
Domein - Wiskunde en de wereld
Kerndoel 17
17A De leerling ontwikkelt een wiskundige attitude.
De school stimuleert de ontwikkeling van een wiskundige attitude bij leerlingen.
Het gaat hierbij om:
- laten zien van het nut en de kracht van wiskunde in uiteenlopende toepassingen;
- stimuleren van een onderzoekende en kritische houding ten aanzien van getallen en andere wiskundige informatie;
- laten reflecteren op eigen en andermans rekenwijze en overig wiskundig handelen.
Kerndoel 18
18A De leerling past wiskunde toe in bekende en nieuwe situaties.
Het gaat hierbij om:
De leerling herkent en gebruikt wiskunde in alledaagse en maatschappelijke situaties.
- gebruiken van getallen en andere wiskundige concepten in concrete, voor de leerling relevante situaties;
- gebruiken van wiskundige instrumenten bij meten en andere praktische handelingen;
- wiskunde gebruiken bij het nemen van beslissingen en het oplossen van problemen;
- herkennen en beschrijven dat met grafische representaties een bepaalde boodschap wordt overgebracht of benadrukt;
- gebruiken en beoordelen van wiskundige informatie uit de samenleving en de media bij het vormen van een mening.
18B De school ondersteunt het gebruik van wiskunde in verschillende leergebieden.
Het gaat hierbij om:
- aanbieden van wiskundige concepten en denk-werkwijzen in onderlinge samenhang;
- laten zien hoe verschillende leergebieden wiskundetaal en wiskundige representaties gebruiken;
- afstemmen hoe rekenaanpakken en andere wiskundige aanpakken bij verschillende leergebieden worden uitgevoerd;
- laten gebruiken van wiskundige modellen, wiskundige instrumenten en algoritmes in verschillende leergebieden.
